Echtscheiding en Vennootschap Onder Firma
Het komt regelmatig voor dat er problemen zijn rond een echtscheiding waarin echtgenoten beiden vennoot zijn in een vennootschap onder firma (VOF).
Als er, naast het huwelijk (of geregistreerd partnerschap), ook een VOF overeenkomst tussen de partners bestaat, is er sprake van een dubbel contract. Als partners gaan scheiden en de verdeling moet plaatsvinden, moet ook de verdeling van de VOF worden geregeld.
In de meeste gevallen zal een van de partners niet verder willen gaan met de onderneming. Doorgaans is het niet mogelijk om de affectieve relatie te stoppen en vervolgens nog wel zakelijk verder te werken.
Vaak wordt er gezocht naar mogelijkheden om de andere partij uit te kopen. Daarvoor moet eerst duidelijk worden wat het bedrijf waard is. Daarna moet er overeenstemming komen over welk bedrag de ene partner aan de andere als uitkoopbedrag moet worden betaald.
Vrijwel altijd is er sprake van huwelijkse voorwaarden. De inhoud daarvan is dan van groot belang. Als er geen huwelijkse voorwaarden zijn, dan zal er meestal bij helften gedeeld moeten worden. Soms is delen bij helften echter niet realistisch omdat de onderneming dat niet kan opbrengen. Het kan niet zo zijn dat een onderneming te gronde gaat doordat een verdeling te grote financiële lasten met zich meebrengt.
Wanneer het uitkoopbedrag niet direct beschikbaar is, wordt vaak gekozen voor een afbetalingsregeling, of voor een aangepast alimentatie bedrag.
De waarde van een VOF is van veel factoren afhankelijk. Belangrijk is vooral het toekomstperspectief. Bij een goed lopende onderneming met grote reserves, kan de uitkoopsom hoog zijn. Het komt echter ook regelmatig voor dat in het verleden (te) veel geld uit de onderneming naar privé is gehaald, zodat er nog een vordering van de VOF op de vennoten bestaat. De waarde van de VOF kan dan zelfs negatief zijn. De uittredende vennoot moet dan een bedrag betalen aan de vennoot die de onderneming wil voortzetten.
Belangrijk is dat de onderneming getaxeerd wordt door een door een onafhankelijke derde. Dit kan een accountant zijn of een speciaal daarvoor uitgekozen deskundige. De eigen boekhouder of accountant zal meestal niet voldoende objectief zijn.
Vaak is er in de VOF ook een oudedagsreserve (voorheen heette deze de Fiscale Oudedags Reserve F.O.R.) opgebouwd in de onderneming. De uitredende vennoot kan aanspraak maken op uitbetaling van deze reserve.
Hierbij moet worden bedacht dat er belasting moet worden betaald, als deze reserve wordt uitgekeerd.
Soms is het ook zo dat er op papier (in de boekhouding) wel een oudedagsreserve bestaat, maar dat dit geld niet daadwerkelijk is gereserveerd in de onderneming. In die situatie kan de reserve dus feitelijk niet worden uitgekeerd, maar moet de uittredende vennoot daar wel belasting over betalen.
Of er alimentatie kan worden betaald door de partner die de onderneming voortzet, is afhankelijk van veel factoren. Zo zal er moeten worden begroot welk inkomen er, na uittreding door de een vennoot, nog kan worden verdiend in de VOF. Vooral omdat een ondernemer een bepaalde vrijheid heeft in de bepaling van het inkomen dat uit de VOF wordt gehaald, is het belangrijk dat daar door een deskundige goed naar wordt gekeken.
Als u te maken heeft met een echtscheiding waarbij er ook een VOF is, kunnen wij u voorzien van juridisch advies. Onze advocaten hebben ervaring met deze materie en helpen u graag.
Wanneer u dat wilt, kunt u een afspraak maken voor een vrijblijvend gesprek om te bezien wat er mogelijk is. U kunt contact met ons opnemen op telefoonnummer 0348-434 455 of e-mailadres info@rc-dj.nl.
Leen, 18 mei 2020


