Gevolgen coronacrisis voor de alimentatieverplichting
Op dit moment wordt heel Nederland geconfronteerd met vergaande maatregelen die de Overheid neemt om het coronavirus te bestrijden. Deze maatregelen hebben grote gevolgen voor het bedrijfsleven.
Zeker wanneer iemand een eigen onderneming heeft, kan de coronacrisis ertoe leiden dat er een grote inkomensterugval kan plaatsvinden. Maar ook als werknemer kun je geconfronteerd worden met de gevolgen. Zo kan een contract voor bepaalde tijd niet worden verlengd of kan een werkgever Arbeidstijdverkorting invoeren c.q. een beroep doen op de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) waardoor je geconfronteerd wordt met een lager inkomen.
Wanneer voor iemand een alimentatieverplichting geldt, rijst de vraag of de financiële gevolgen van het coronavirus ertoe leiden dat de alimentatieverplichting gestopt of verlaagd mag worden.
Het antwoord op deze vraag wordt in deze blog uitgelegd.
Wijziging van omstandigheden
Op grond van de wet kan een onderhoudsverplichting (zowel kinder- als partneralimentatie) gewijzigd worden als er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Een terugval in inkomen kan zo’n wijziging van omstandigheden opleveren.
Echter, niet iedere inkomensverlaging leidt tot een verlaging van de alimentatieverplichting. Het moet namelijk gaan om niet-verwijtbaar en niet-vermijdbaar inkomensverlies. Inkomensverlies vanwege de gevolgen van het coronavirus zal over het algemeen wel kwalificeren als niet-verwijtbaar en niet-vermijdbaar inkomensverlies.
Daarnaast moet er door het inkomensverlies onvoldoende draagkracht overblijven om aan de bestaande alimentatieverplichting te voldoen. Het inkomensverlies moet dus substantieel zijn.
Zelf besluiten om de alimentatieverplichting te verlagen of stoppen?
Zelf eenzijdig besluiten om de alimentatieverplichting te verlagen of zelfs helemaal te stoppen, mag niet.
Welke gevolgen het heeft als je toch eenzijdig besluit om te stoppen met de alimentatieverplichting hangt af van de vraag of de alimentatieverplichting is vastgelegd in een rechterlijke uitspraak of in een overeenkomst tussen twee ex-echtelieden die niet is “bekrachtigd” door een rechter.
Als de alimentatieverplichting is vastgelegd in een uitspraak van een rechter, kan het tot gevolg hebben dat de ex-partner het LBIO of een deurwaarder inschakelt die – na een nadere termijn te hebben gegeven om alsnog te betalen – mag overgaan tot incasso door bijvoorbeeld beslag te leggen. De aanvullende kosten hiervan worden ook op jou verhaald.
Ook als de alimentatieverplichting alleen is vastgelegd in een overeenkomst mag je niet eenzijdig besluiten om te stoppen met het betalen van de alimentatie. De ex-partner kan echter niet het LBIO of een deurwaarder inschakelen om de alimentatie te innen. Er is namelijk geen sprake van een executoriale titel en het LBIO en de deurwaarder mogen alleen dergelijke maatregelen treffen als er wel een executoriale titel is.
De ex-partner kan in het geval van een overeenkomst wel naar de rechter stappen om alsnog de gemaakte afspraken te laten vastleggen in een uitspraak en jou tot nakoming van de afspraken te dwingen. In deze procedure zou je dan een zelfstandig verzoek kunnen doen om de alimentatie te verlagen vanwege de financiële gevolgen van de coronacrisis.
Advies
Hoe dan ook is het advies altijd om jouw ex-partner direct op de hoogte te stellen van de wijziging in jouw financiële situatie en het overleg aan te gaan over een oplossing. Als het lukt om in onderling overleg tot een (tijdelijke) oplossing te komen, is het advies om de afspraken schriftelijk vast te leggen.
Als het niet lukt om in onderling overleg afspraken te maken is de enige mogelijkheid nog om een procedure bij de rechtbank te starten waarin wordt gevraagd om het alimentatiebedrag te wijzigen vanwege de wijziging van omstandigheden. Hierbij kunnen onze advocaten u uiteraard bijstaan.
Heeft u nog vragen, aarzel dan niet om contact op te nemen op telefoonnummer 0348-434 455 of info@rc-dj.nl.
Joni van Elk, 24 maart 2020


