Het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Concurrentiebeding

In een tijdelijk contract mag na 1 januari 2015 in beginsel geen concurrentiebeding meer worden afgesproken. Hierop geldt één uitzondering: uw werkgever heeft zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die een concurrentiebeding noodzakelijk maken. Dit belang moet blijken uit een schriftelijke motivering van de werkgever bij dit beding. Vóór 1 januari 2015 gold deze extra eis niet, en was het dus makkelijker om een geldig concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overeen te komen.

De noodzaak van het concurrentiebeding vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen moet niet alleen bestaan op het moment van het aangaan van het concurrentiebeding, maar ook op het moment dat de werkgever zich op het concurrentiebeding beroept.

Staat deze uitleg niet genoemd bij het concurrentiebeding? Dan is het beding niet geldig. Ontbreekt volgens u de noodzaak van het concurrentiebeding op het moment van aangaan van uw arbeidscontract of als uw werkgever een beroep op het beding doet? Dan kunt u de rechter verzoeken het beding ongedaan te maken.

Verlenging van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Maar wat geldt nu als er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vóór 1 januari 2015 is gesloten, en deze arbeidsovereenkomst na deze datum voor bepaalde tijd wordt verlengd?

Op 27 september 2016 oordeelde het Hof Amsterdam over een zaak waarin deze vraag speelde.

De werkgever en werknemer in die zaak sloten op 1 maart 2014 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 september 2014. Daarop volgde een tweede tijdelijke overeenkomst, en wel van 1 september 2014 tot 1 maart 2015, met daarin een concurrentiebeding zonder motivering van het belang van de werkgever. Daarnaast was in deze overeenkomst opgenomen dat, als partijen de overeenkomst niet tegen 1 maart 2015 zouden beëindigen, deze stilzwijgend zou worden verlengd tot 1 maart 2017. Na 1 maart 2015 is de arbeidsovereenkomst gewoon doorgelopen, zonder dat de werkgever en werknemer over de inhoud van de arbeidsovereenkomst nader overleg hebben gevoerd.

De vraag die door het Hof moest worden beantwoord was de volgende: is de arbeidsovereenkomst overeengekomen met ingang van 1 september 2014, waardoor het oude recht nog van toepassing is en dus geen motivering van het concurrentiebeding is vereist? Of is er een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten na 1 januari 2015 en ingaande per 1 maart 2015, waarop het nieuwe recht van toepassing is?

Volgens de wet is sprake van een stilzwijgende voortzetting als partijen de arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak voortzetten. Is dat het geval, dan geldt de arbeidsovereenkomst voor dezelfde tijd en onder dezelfde voorwaarden als de arbeidsovereenkomst daarvóór.

Het Hof oordeelde dat er in dit geval geen sprake was van een stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst, omdat partijen wel uitdrukkelijk hebben afgesproken dat de laatste arbeidsovereenkomst voor de duur van twee jaar zou worden aangegaan. Dit in tegenstelling tot de eerste arbeidsovereenkomst, die gold voor de duur van een half jaar. Het uitdrukkelijk overeenkomen dat een arbeidsovereenkomst stilzwijgend zal worden verlengd voor een andere duur, betekent dat reeds daarom van een stilzwijgende verlenging niet meer gesproken kan worden.

Doorredenerend komt het Hof tot de conclusie dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan en wel op 1 maart 2015, waarop dus het nieuwe recht van toepassing is. Nu een motivering van het concurrentiebeding ontbreekt, is het beding nietig.

 

Heeft u vragen over het arbeidsrecht? Neem dan contact op met één van onze advocaten op telefoonnummer 0348-434 455 of mail ons op info@rc-dj.nl.