Kun je in hoger beroep als het verzoek dat je zelf hebt ingediend is toegewezen?

A high angle shot of a gavel and a scale on a wooden surface

Het komt weleens voor dat de verzoekende of eisende partij niet tevreden is met de uitspraak van de rechtbank. Wanneer het verzoek of de vordering is afgewezen, ligt voor de hand dat er hoger beroep kan worden ingesteld. Minder logisch is dat wanneer het verzoek of de vordering geheel is toegewezen. Je hebt dan immers gekregen wat je wilde. De vraag is of je in dat geval desondanks hoger beroep kunt instellen.

De Hoge Raad heeft al in 1979 bepaald dat het mogelijk is hoger beroep in te stellen als je de vordering die in de procedure hebt ingesteld wilt verhogen (als je de eis wilt vermeerderen) (zie: ECLI:NL:HR:1979:AC6464). Het is op deze manier bijvoorbeeld mogelijk om een bedrag dat in eerste instantie niet gevorderd was in hoger beroep alsnog te vorderen.

In 2024 heeft de Hoge Raad bepaald dat dit ook mogelijk is wanneer een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt toegewezen (zie: ECLI:NL:HR:2024:968). In die zaak had een moeder de rechtbank verzocht om een zorgregeling vast te stellen. Bij de zitting van de rechtbank kwam er vervolgens overleg tussen de moeder en de vader op gang. Dit overleg resulteerde erin dat beide ouders het eens werden over een regeling. De rechtbank had deze regeling, die door beide ouders werd verzocht, vastgelegd in een beschikking.

De moeder kwam er daarna, in de periode van drie maanden na het geven van de beschikking door de rechtbank, achter dat de regeling die was overeengekomen in de praktijk niet goed was. Ze stelde daarom hoger beroep in. In dat beroep gaf ze aan toch te willen dat de regeling, die ze aanvankelijk had verzocht, zou worden vastgelegd. 

Het Gerechtshof oordeelde dat de vrouw geen hoger beroep kon instellen omdat de rechtbank haar verzoek had toegewezen. Daardoor zou het belang van de vrouw bij het instellen van beroep ontbreken. De vrouw werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.

In cassatie besliste de Hoge Raad anders en stelde dat de vrouw toch een belang kon hebben bij het instellen van hoger beroep. Het Gerechtshof had het hoger beroep van de vrouw dus wél moeten behandelen.

Het spreekt voor zich dat goed moet worden uitgelegd waarom er hoger beroep wordt ingesteld, terwijl het eigen verzoek werd toegewezen. Ook moet er te allen tijde worden voldaan aan de eisen die de wet stelt (zie art. 134 Rv.) aan een vermeerdering of wijziging van eis. Daarnaast geldt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat iemand die in eerste aanleg een verzoek tot echtscheiding heeft ingediend, daarna geen hoger beroep kan instellen tegen het uitspreken van die echtscheiding. Wie spijt heeft van zo’n verzoek zal dit dus moeten intrekken voordat de rechtbank een uitspraak doet.

Aan ons kantoor zijn ervaren procesadvocaten verbonden. Wanneer u verwikkeld bent in een procedure of er zelf één wilt aanspannen, zijn wij graag bereid u bij te staan en nodigen wij u uit contact met ons op te nemen.

Leen de Jong, januari ‘26