Ontzegging van de omgang. Kan dat zomaar?
Het ontzeggen van de omgang is een ingrijpende maatregel. Het is daarom van belang dat dit zorgvuldig door de rechter wordt afgewogen. Het recht op omgang is immers een fundamenteel onderdeel van het in artikel 8 EVRM verankerde recht op “family life”.
De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest (ECLI:NL:HR:2026:61) overwogen dat aan het ontzeggen van het recht op omgang ex artikel 1:377a BW een zware motiveringsplicht kleeft.
Zo eist artikel 8 lid 2 EVRM dat voor het aanbrengen van beperkingen op het recht op omgang dit bij wet is bepaald, noodzakelijk is in een democratische samenleving en een gerechtvaardigd doel dient. De beperkingen moeten voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.
Enerzijds is van belang dat het kind zich kan ontwikkelen in een gezonde omgeving. Anderzijds is het in het belang van het kind dat de banden met zijn familie worden gehandhaafd. Echter, deze afweging dient uiteraard (zorgvuldig) te worden gemaakt aan de hand van de omstandigheden van het geval.
Wel stelt de Hoge Raad dat het belang van het kind meebrengt dat familiebanden alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden mogen worden verbroken en dat alles in het werk moet worden gesteld om de persoonlijke relaties in stand te houden.
Het belang van het kind dient ten alle tijden voorop te staan.
Wil u meer informatie over het ontzeggen van de omgang? Neem dan vrijblijvend contact op met één van onze familierechtadvocaten.
Charlotte Goudkamp, februari 2026


