Politie mag verdachte dwingen telefoon te ontgrendelen

Een belangrijk beginsel in het strafrecht is dat de verdachte van een strafbaar feit niet mee hoeft te werken aan zijn eigen veroordeling en dat hij hier ook niet toe mag worden gedwongen (het nemo-teneturbeginsel). Het beginsel is niet absoluut, wat betekent dat een verdachte zich niet in alle gevallen op het beginsel kan beroepen.

De Nederlandse rechter maakt voor de reikwijdte van het beginsel onderscheid tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk materiaal. Wilsafhankelijk materiaal komt alleen tot stand als de verdachte dit wil, het gaat dan om bijvoorbeeld een verklaring. Wilsonafhankelijk materiaal bestaat ongeacht of de verdachte dit wil. Hierbij valt te denken aan DNA-materiaal.

Volgens de Nederlandse rechter is het nemo-teneturbeginsel alleen van toepassing op wilsafhankelijk materiaal. De reden hiervoor is dat wanneer wilsafhankelijk materiaal wordt afgedwongen, er een aanmerkelijk risico bestaat dat dit materiaal niet betrouwbaar is. Een verdachte is bijvoorbeeld sneller geneigd een valse verklaring af te leggen als hij onder druk gezet wordt. Dit risico bestaat niet met betrekking tot wilsonafhankelijk materiaal, aangezien dit materiaal niet onbetrouwbaar wordt onder invloed van stress of druk bij de verdachte. Wilsonafhankelijk materiaal mag dus wel onder (gepaste) dwang worden verkregen.

Indien de verdachte wordt gedwongen tot het afleggen van een verklaring, kan er sprake zijn van schending van het nemo-teneturbeginsel. De verklaring van de verdachte mag dan niet meewegen in het bewijs. Op deze manier draagt het nemo-teneturbeginsel bij aan het verzekeren van het recht van de verdachte op een eerlijk proces (art. 6 EVRM) en het voorkomen van gerechtelijke dwalingen.

Eerder dit jaar is door Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem een belangrijke uitspraak (Rb. Haarlem 28 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1568) gedaan over de reikwijdte van het nemo-teneturbeginsen met het oog op de moderne technologie. De rechter diende te beoordelen of het toegestaan is voor de politie een verdachte te dwingen om door middel van zijn duimafdruk zijn smartphone te ontgrendelen. De duimafdruk valt in de categorie wilsonafhankelijk materiaal, maar door ontgrendeling van de smartphone kan materiaal van verschillende aard, waaronder privacygevoelig materiaal, worden bekeken.

De rechter heeft geoordeeld dat de toepassing van dwang onder bepaalde omstandigheden is toegestaan, zolang de gebruikte vorm van dwang niet buitenproportioneel is. In deze zaak was het vanwege de lichte mate van dwang die werd gebruikt (handboeien en het drukken van de duim op de smartphone) en de beperkte schending van de lichamelijke integriteit van de verdachte toegestaan om de verdachte te dwingen om zijn smartphone te ontgrendelen met zijn duimafdruk. Toekomstige rechterlijke uitspraken zullen naar verwachting meer duidelijkheid geven over de omstandigheden die deze ‘onderzoeksmaatregel’ rechtvaardigen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem contact op met één van onze advocaten op telefoonnummer 0348-434 455 of info@rc-dj.nl