Verhuizen met kinderen na een scheiding
Kinderen van wie de ouders uit elkaar zijn gegaan hebben meestal hun hoofdverblijfplaats bij één van de ouders. Vaak is er een contactregeling met de andere ouder of geldt er een co-ouderschapsregeling. Wanneer de ouder waar het kind de hoofdverblijfplaats heeft (daar waar het kind staat ingeschreven in de burgerlijke stand) wil verhuizen dan moet de andere ouder daar toestemming voor geven. Dat geldt zeker als beide ouders het gezag over het kind hebben.
Wanneer de andere ouder niet instemt met de verhuizing is deze niet toegestaan. De wet biedt in dat geval de mogelijkheid de rechtbank te vragen vervangende toestemming te geven voor de verhuizing.
Bij de afweging die de rechter maakt om al dan niet vervangende toestemming te geven, wordt afgewogen wat in het belang van het kind is. Als omstandigheden die daarbij, bijvoorbeeld, van belang kunnen zijn, gelden:
- het recht en belangen van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten; dit geldt bijvoorbeeld als iemand een nieuwe partner heeft en bij hem/haar wil intrekken;
- de vraag in hoeverre er een noodzaak is om te verhuizen;
- of er de door de verhuizende ouder alternatieven en maatregelen zijn aangeboden aan de andere ouder om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren; dit kan bijvoorbeeld door aan te bieden dat er extra omgang komt na de verhuizing of de andere ouder tegemoet te komen bij het halen en brengen van het kind;
- of de verhuizing goed is doordacht en voorbereid; denk hierbij bijvoorbeeld aan het regelen van een nieuwe school;
- of partijen voldoende in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- of het kind en de andere ouder voldoende contact met elkaar kunnen hebben in hun vertrouwde omgeving;
- of de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg niet in gevaar komt; bij een co-ouderschapsregeling zal de rechter minder snel geneigd zijn toestemming te geven voor een verhuizing naar een andere plaats omdat daardoor de regeling praktisch lastig uitvoerbaar wordt;
- of er een oplossing is voor eventuele extra kosten van de omgang na de verhuizing;
- de belangen van het kind, de leeftijd en de mate waarin het kind geworteld is in zijn/haar omgeving of juist gewend is aan verhuizingen.
De rechter kan vervolgens toestemming geven voor de verhuizing, maar kan ook een verbod geven om te mogen verhuizen. Er zijn zelfs uitspraken bekend waarin een ouder gedwongen werd terug te verhuizen, wanneer het recht in eigen hand was genomen en een ouder zonder toestemming verhuisd was.
Wanneer u wilt verhuizen of geconfronteerd wordt met de wens van uw voormalige partner om te willen verhuizen met uw kind is het zaak dat u zich goed laat informeren over de (on)mogelijkheden die er zijn. Ons kantoor heeft ervaring in zaken als deze en zal u daarin graag assisteren. Voor vragen kunt u contact opnemen met één van onze advocaten.
Leen de Jong, 15 juni 2023


